we hebben een nieuwe paus, Franciscus 1, en wie was Franciscus?

0

 Italië en zijn heiligen

Het zijn er veel, ik weet het, u weet dat waarschijnlijk ook. Ze horen bij dit land.

Twee heel belangrijke heiligen zijn Franciscus van Assisi en Padre Pio.

Franciscus van Assisi werd geboren in de vroege middeleeuwen, in 1181. Zijn moeder was een vrome vrouw, want toen de bevalling niet op gang wilde komen is ze net als Maria in de stal gaan liggen. Daar werd haar zoon geboren. Vader is zakenman, handelt in stoffen en is tijdens de geboorte op zakenreis in Frankrijk. Als hij terugkomt van de reis geeft hij zijn zoon de naam Francesco, de Fransman.

Francesco gaat naar school en leert schrijven en rekenen, in die tijd een voorrecht.

Hij helpt zijn vader in de winkel, is een vriendelijke jongen en een uitstekend spreker.

Hulpvaardig, charmant, nuchter, in alles eenvoudig, vrolijk, gul, een natuurlijk leider.

Hij wil later ridder worden. Als Franciscus twintig jaar is, breekt er oorlog uit. Als ridder neemt hij deel aan een veldslag van zijn geboortestad Assisi tegen Perugia.

De confrontatie met de vijand zorgt ervoor dat Fransiscus zichzelf tegenkomt. Hij komt als een ander mens uit de strijd. Hij wil niet meer vechten en wordt gevangen gezet als deserteur.

Zijn vader, een invloedrijk man is zeer teleurgesteld in het gedrag van zijn zoon en vindt zijn gevangenschap terecht. Zijn moeder zorgt ervoor met behulp van de bisschop dat hij wordt vrijgelaten. Als hij na een jaar gevangenschap vrijkomt, is hij veranderd, de vrolijke jongen heeft geen zin meer in het leven.

Hij trekt naar het zuiden en krijgt een droom, waaruit hij de conclusie trekt dat het in het leven niet gaat om roem en rijkdom. Doelloos blijft hij rondtrekken op zijn paard en ontmoet het uitschot van de samenleving, bedelaars, zieken, en melaatsen en hier wordt zijn liefde voor de armoede geboren.

Hij bidt veel en hoort in zijn gebed een ‘opdracht’, om het kerkje van San Damiano te herstellen in 1205. Daarvoor heeft hij geld nodig en dat krijgt hij door zijn paard en stoffen uit zijn vaders winkel te verkopen.

Zijn vader sluit hem op uit boosheid over deze diefstal, maar zijn moeder bevrijdt hem. Zijn vader is echter zo boos dat hij de bisschop vraagt Franciscus opnieuw gevangen te nemen.

Dan geeft Franciscus alles aan zijn vader terug. Zelfs zijn kleren.

Hij staat naakt voor de bisschop op het plein. De bisschop bedekt hem met zijn bisschopskleed. Symbolisch het begin van Francesco’s goddelijke opdracht.

Nu zoekt hij zijn eigen weg. Hij trekt zich terug en gaat leven als kluizenaar, wijdt zich aan gebed en de zorg voor melaatsen en het herstellen van kerkjes.

Hij wil de allerarmste zijn. Hij bedelt om geld voor de restauratie van de kerk.

De mensen in Assisi begrijpen hem niet en schelden hem uit.

Hij woont in het kerkje van San Damiano en loopt door de stad luidkeels de lof van God te zingen.

Twee burgers worden door zijn levenswijze aangetrokken, verkopen hun bezittingen en met zijn drieën zoeken ze teksten uit de evangeliën om hun leven richting te geven en vrede en bekering te preken.

Ze zwerven rond hebben geen vaste verblijfplaats, werken op het land, helpen zieken en melaatsen en bedelen.

Ze zoeken afgelegen plaatsen om te bidden.

Ze noemen zich de broeders van de minsten, de minderbroeders en leven van aalmoezen.

Langzamerhand komen er meer volgelingen en na een verzoek aan paus Innocentius III in 1209, krijgen ze toestemming om te mogen preken. Franciscus krijgt het kerkje Portiuncula in het dal bij Assisi om te preken en als centrum voor zijn nieuwe beweging.

Behalve mannen voelen ook vrouwen zich aan getrokken tot de levensstijl van Franciscus, zo ook Clara die in het klooster van San Damiano gaat wonen.

Een bekend verhaal over Franciscus.

Er is een grote groep mensen bijeen gekomen op het plein want ze verwachten Franciscus. Hij zal hen toespreken.

Als Franciscus wil gaan praten hebben de zwaluwen die boven het plein vliegen zoveel lawaai dat de mensen hem niet kunnen horen.

Franciscus kijkt naar de zwaluwen en roept: ‘Lieve zusters, wees eens stil, nu wil ik iets zeggen, jullie hebben genoeg verteld.’ In een grote zwerm komen de zwaluwen naar beneden, landen op daken en goten en zijn stil.

Nu kan Franciscus vertellen.

Hij vertelt van God en hoe mensen moeten leven. Iedereen voelt zich gelukkig als Franciscus vertelt.

Daarna trekt Franciscus verder, maar de mensen op het plein hebben een wonder gezien.

‘Zelfs met de vogels kan hij praten.’

Een ander bekend verhaal over Franciscus is het verhaal van de wolf.

De bewoners van Gubbia leven in grote angst.

Er is een woeste wolf die het leven rond de stadsmuur onveilig maakt.

Hij valt boeren en druivenplukkers aan. Niemand buiten de stadsmuur is veilig.

Dan komt Franciscus met een van zijn minderbroeders naar Gubbia.

Hij hoort meteen het verhaal over de wolf en krijgt medelijden met de doodsbange mensen. Tot grote schrik zegt hij: ‘Ik moet gaan praten met broeder wolf.’

Franciscus stapt met grote stappen de stad uit op zoek naar de wolf. Inwoners van de stad verzamelen zich nieuwsgierig op de stadsmuur.

In de verte ziet Franciscus de wolf aankomen, met grote sprongen richting de stad.

Franciscus wacht hem op en steekt zijn hand in de lucht, maakt een kruisteken en roept: ‘Broeder wolf kom hier en doe me geen pijn, ik zeg dit uit naam van Christus.’ De wolf blijft staan, buigt zijn kop en loopt langzaam naar Franciscus en gaat liggen met zijn kop tussen zijn poten.

‘Broeder wolf,’ zegt Franciscus, ‘ik weet dat je honger hebt, maar ik wil dat het tussen jou en de mensen vrede wordt. Laat me zien dat je spijt hebt van je woeste gedrag.’

De wolf beweegt zijn oren als teken dat hij het begrepen heeft.

‘Goed,‘ zegt Franciscus, ‘ik beloof je dat de mensen in Gubbia je elke dag te eten geven, zodat je geen honger meer hebt en jij belooft nooit meer mensen of dieren aan te vallen. Afgesproken?’

Franciscus steekt zijn hand uit en de wolf gaat rechtop zitten en legt zijn linkerpoot in de rechterhand van Franciscus.

Vanaf die dag zorgen de inwoners voor het eten van de wolf en de wolf loopt van deur naar deur tot hij geen honger meer heeft en hij heeft van zijn levensdagen niemand meer aangevallen.

Tijdens zijn reizen heeft Franciscus vaak visioenen.

Hij is ook vaak ziek. Hij vergelijkt zijn lichaam met een ezel omdat hij het vervelend vindt dat hij voedsel nodig heeft om te functioneren. Voor zijn gevoel is het in strijd met zijn gelofte van armoede.

Zijn voorliefde voor de armoede is er de oorzaak van dat hij zichzelf niet goed verzorgt.

Als hij na een zware ziekte weer aan de beterende hand is beleidt hij na zijn preek zijn zonde door naakt te vertellen dat hij vlees en bouillon heeft gegeten om beter te worden.

Franciscus en zijn zielebroeders zoeken tijdens hun tochten knollen op het land om hun honger te stillen, zodat ze kunnen slapen.

’s Nachts zoeken ze slaapplaatsen in spleten en holen in rotsen en bossen.

Franciscus heeft een grote liefde voor melaatsen. Hij zoent ze en verzorgt ze zo goed hij kan, maar wordt ook zelf melaats.

Franciscus wandelt veel in de bergen en velden van Assisi en groeit uit tot een levende legende en tijdens zijn wandelingen doet hij nogal eens iets onverwachts…

Het verhaal van de kerststal.

Het gebeurt drie jaar voor zijn dood. Hij woont in die tijd in grotten bij het stadje Greccio, en het is tegen Kerst, het feest der feesten, zoals hij dat noemt.

Franciscus zit te denken over de geboorte van Jezus. ‘Hoe kan ik de mensen laten zien dat het kind in Bethlehem op een arme nederige plaats geboren is, niet in rijkdom maar in eenvoud.’

Hij bedenkt een plan en roept de hulp in van Johannes, want door ziekte is hij zwak.

Op kerstavond klopt Johannes aan bij een boer en vraagt of hij de os, ezel, een voerbak en wat stro mag lenen voor Franciscus. De boer vindt het een vreemde vraag voor kerstavond, maar zegt: ‘Voor Franciscus mag je alles lenen.’

‘Kom naar de nachtmis in de kerk in het bos en dan kun je zien waarvoor Franciscus het nodig heeft, het is een verrassing,’ zegt Johannes.

Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje. Een verrassing vannacht in de kerk en Franciscus is er ook.

Die avond komen de mensen uit straatjes en steegjes met fakkels op weg naar het kerkje in het bos. In het kerkje staat Franciscus bij de kribbe met de os en de ezel. Hij kijkt stralend in de kribbe, alsof het kindje erin ligt. De priester draagt de mis op en Franciscus zingt de woorden van het evangelie van de geboorte van Jezus. Daarna vertelt hij van het kind in Bethlehem, de nieuwe koning, geboren niet in een paleis, maar in armoede.

‘Vergeet het nooit.’

Vervuld van verwondering en vrede gaan de mensen naar hun huizen terug.

Wij weten nu dat het niet vergeten is.

De minderbroeders krijgen nu vaak geschenken aangeboden in de vorm van een stuk grond waar ze voor zichzelf een hutje op kunnen bouwen om in te overnachten.

Zo hebben ze ook de berg La Verna als geschenk gekregen.

In 1224 trekt Franciscus zich daarop terug. Hij voelt zich ziek, hij is depressief.

De armoede waar hij van houdt is door de vele geschenken van bewonderaars in strijd met zijn levensstijl.

Op La Verna krijgt hij een verschijning van een engel. Franciscus ziet dat als een boodschap uit de hemel dat hij Jezus trouw is gebleven. Op La Verna krijgt hij in 1224 de stigmata, de vijf wonden van Jezus.

Twee jaar voor zijn dood ligt Franciscus zwaar ziek in een celletje bij San Damiano.

Door een oogziekte kan hij het daglicht niet verdragen.

Hij heeft nu veel volgelingen, maar niet iedere monnik kan in zo grote armoede leven als Franciscus. Er volgen afscheidingen en er ontstaan verschillende groeperingen Franciscaner monniken.

Franciscus is daar erg ontdaan en boos over en blijft eenzaam achter, teleurgesteld en te ziek om nog te lopen. Hij is dan 44 jaar.

Aan het eind van zijn leven schrijft hij het Zonnelied, een lofzang op de natuur.

De plaats waar Franciscus begraven ligt is lange tijd een mysterie geweest. Tijdens de begrafenis is zijn lichaam gestolen en door een groepje onbekende overvallers (onder aanvoering van zijn broer?) ergens in de kerk van Assisi begraven.

Enkele eeuwen na de dood van Franciscus zijn op La Verna prachtige keramische gedenkplaten geplaatst van de familie Della Robbia.

Door de vochtigheid op de berg viel de keus op veel keramiek.

Tegenwoordig zie je in de kerk van Assisi, de onderkerk waar Franciscus begraven ligt, jonge mensen in tranen op hun knieën in devotie voor Franciscus.

De bovenkerk wordt bevolkt door groepen schooljeugd die begeleid door een docent op fluistertoon uitlegt krijgen over de betekenis van de fresco’s.

Ze staan helaas alleen te wachten op het teken van de docent om daarna zacht naar  buiten te kunnen schuifelen.

We zagen dat vroeger in Spanje, maar ook in Italië worden veel culturele hoogtepunten door de schooljeugd bezocht.

Niet alleen de middelbare scholieren, maar ook de basisschoolkinderen gaan samen naar Assisi en La Verna en krijgen uitleg over de betekenis van deze historische en religieuze plaatsen.

La Verna is een grote bedevaartplaats geworden.

Rond de grot waar Franciscus de stigmata kreeg, is een kerk gebouwd en op de muren staat zijn levensloop geschilderd. Je kunt de grot inwandelen.

Het is een mooie bedevaartsplaats waar men vol eerbied kan vertoeven.

We kunnen ons voorstellen hoe Franciscus in deze prachtige natuur geprobeerd heeft de mensen dichtbij God te brengen.

Franciscus is heilig verklaard in 1228 door paus Gregorius IX.

Ik sluit het verhaal met de groet van Franciscus ‘Pax et Bonum’, ‘vrede en het goede’.

Speak Your Mind

Tell us what you're thinking...
and oh, if you want a pic to show with your comment, go get a gravatar!