Vakantie
We zijn aan zee en ik zoek krabbetjes. Wow, dat is een grote krab. Ik ga ‘m opscheppen. Kijk eens!
Op mijn stoeltje. Er zijn nog meer krabbetjes.
Aan zee (filmpje).
We zijn aan zee en ik zoek krabbetjes. Wow, dat is een grote krab. Ik ga ‘m opscheppen. Kijk eens!
Op mijn stoeltje. Er zijn nog meer krabbetjes.
Aan zee (filmpje).
We gaan een parcours door de bomen maken.
Eerst maar eens even kijken wat de bedoeling is (filmpje). Dat ziet er spannend uit (filmpje).
Ik ben er klaar voor en ik word ingesnoerd in mijn tuigje (filmpje). Goed naar de instructie luisteren (filmpje).
Ik ga beginnen. Ik maak de touwen goed vast.
Op een koord lopen is best moeilijk (filmpje). Dat gaat lekker snel (filmpje).
Over de netten naar de andere kant (filmpje). Op een grote bal is het best moeilijk (filmpje).
Hoge golven (filmpje). Koud.
We zijn in een havenplaatsje waar ze heel veel vis en krabben verkopen.
Aan de zee met de voetjes in het water.
Met papa.
We gaan (weer) een kasteel bekijken. Onderweg even een muurtje omduwen..
Met Jente.
Vanaf de toren kun je ver kijken.
Pauze.
Hoi.
Ik ga door het schietgat kijken en we doen ook verstoppertje.
Met mama.
We zijn in de dierentuin. Even de informatie lezen.
Bij de pinguïns (filmpje). Kijk (filmpje).