Taart.
We kunnen beginnen!
Mama lakt mijn nagels.
Je kun op een pny rijden.
Tekening van Sol ontvangen. Mooi.
Nori is op bezoek.
We hebben de tent in de tuin opgezet. We slapen in de tent vanavond; papa leest voor.
Ik heb een vriendinnetje te spelen thuis.
Het is heerlijk weer; met Maré in bad.