Wij zijn in Tortoreto, deel 1
Tortoreto ligt aan de kust in de provicie Teramo.
Teramo is de noordelijkste provincie van de Abruzzen, voor een groot deel gelegen aan de Adriatische kust. Dit is het enige laaggelegen gebied van de Abruzzen. Hier verbouwt mengraan,geschikt voor de pasta-industrie, la Cecco, Dit gebied zorgt voor bedrijvigheid, met enkele grote steden, met scholen, winkels en industrieen.
Vandaag maken we een tochtje het binnenland in. Bij helder weer, beheersen de hoge bergtoppen van de Gran Sasso het landschap en noordelijker genieten we van de twee bergtoppen van de Monti della Laga. De Gran Sasso bergen zijn bijna 3000 meter hoog, de toppen zijn kaal en een groot deel van het jaar met sneeuw bedekt. De bergtoppen van de Monti della Laga liggen ook boven de boomgrens maar zijn groen begroeid. Met schitterende vergezichten beginnen we onze dag door een breed dal. We rijden in de Cabrio en de hele dag zijn we omgeven door de geuren van Italië. Was dat enkele weken geleden de acacia, nu is het de linde die in volle bloei langs velden en wegen de lucht vult met geur en pluis. Bij de dorpen en stadjes geurt de jasmijn. Stap ik uit de auto om een foto te maken dan geurt de auto naar munt, want daar stond ik middenin. Aan stadsmuurtjes groeit en bloeit het kappertje, een wonderschoon bloemetje met tere witte bloemblaadjes paars geaderd waarin het kappertje zich ontwikkelt.

In het brede dal waar we door rijden wordt de grond goed gebruikt. We zien korenveldjes, van een lagere soort dan wij kennen, aardappels, kool, mais, tarwe, zonnebloemen, bonen, tabak. De mensen op het veld hebben hun hoofd bedekt tegen de zon. Het is vandaag ongeveer 30 graden, gelukkig is er een zacht zeewindje maar de hele dag in deze zon op het land werken is geen simpel klusje. Hier en daar staan verkoopstalletjes met meloenen en tomaten. Er wordt gebruik gemaakt van zonnecellen. Aan de huizen zien we de grote strijd tegen de armoede. Verlaten huizen, bouwvallen, maar ook veel huizen in aanbouw staan er verlaten bij. Waarschijnlijk verdienen de bezitters ergens anders hun geld om daarmee de woningen in de regio van hun roots weer te kunnen opbouwen. Gelukkig staan er ook veel nieuwe huizen en grote villa’s, waar b&b of agriturismo wordt aangeboden. De verschillen zijn groot, tankt een oud mannetje voor 20 euro in zijn oude Fiatje. Op hetzelfde moment komt een jongeman in een rode Ferrari langs en zoeft weer weg. De Abruzzen is arm, hoe kan iemand zich een Ferrari veroorloven.



We zien in dorpen paddenstoelenfeesten aangekondigd en ook al is het voorjaar, zo hoog in de bergen zal het sneller regenen waardoor de paddenstoelen en truffels het hele jaar te vinden zijn. We hebben intussen de brede vallei verlaten en rijden op smalle bergweggetjes. Soms met prachtige uitzichten en soms door dichte bossen. De wegen zijn zeer slecht. Tot onze verrassing is het druk ook op deze bergweggetjes. Overal wonen mensen, overal zijn kleine dorpjes met pleintjes en barretjes met mannen. Ze leggen een kaartje, drinken een biertje, een klein glaasje , of gebruiken niks.. In de dorpjes is vaak een levensmiddelen winkeltje. Voor andere zaken moet veel kilometers gereden worden. Frits is op zoek naar de chitarra, waarop je pasta snijdt. Wij worden verwezen naar een ijzerwinkeltje zo’n 40 kilometer verder door de bergen.
Dit is het eerste deel van deze dagreis, morgen de rest.




