de volkstelling

0

Gaius Octavianus, de latere keizer Augustus (63 jaar voor Chr. tot 14 jaar na Chr,) wordt geboren in Rome. Zijn moeder is een nicht van Julius Caesar. Toen Gaius vier jaar was overleed zijn vader. Julius Caesar adopteert daarna Gaius. Na de moord op Julius Caesar wordt Rome en tijdje bestuurd door drie mannen waaronder Gaius Octavianus.

Na een zeeslag blijft Gaius alleen over. En zo wordt hij op 32 jarige leeftijd heerser over het Romeinse Rijk en krijgt hij de naam Augustus. Zijn rijk kent voorspoed en rust, dat was ook zijn doel. Het rijk strekt zich uit over heel Zuid-Europa. Het gebied rond de Middellandse zee, ook over Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Hij verovert later de Alpen, zodat er nog meer rust in zijn rijk komt.

Keizer Augustus begint zichzelf wel erg belangrijk te vinden. Hij noemt een maand naar zichzelf en laat heel veel beelden van zichzelf maken. Dat laatste is het Joodse volk, waarvan hij ook keizer is, een doorn in het oog. God is hun leider en afgoden als keizer Augustus zorgen voor verdeeldheid onder de Joden. Vooral de orthodoxe Joden voelen zich onderdrukt. In het Romeinse Keizerrijk hebben alle provincies een eigen koning en die is ondergeschikt aan de keizer. Herodes (73 voor Chr. tot 4 na Chr.) is stadhouder in de provincie Galilea. Niet alle Joden zijn blij met Herodes. Hij komt uit het land van Ezau en is een woesteling, die macht wil en koning wil worden. Hij zal het de keizer gaan vragen. Met veel geld vertrekt hij naar Rome en ja, daar krijgt hij van keizer Augustus heel het Joodse volk en hij wordt koning. Hij moet echter met geweld zijn eigen land veroveren want niemand wil deze tiran als koning. Zelfs voor Jeruzalem moet hij vechten. Iedereen die hem voor de voeten loopt ruimt hij uit de weg. Het maakt hem niet uit of het zijn eigen vrouw of broer is, al zijn het zijn eigen zonen. Zo heet hij al snel ‘Herodes de verschrikkelijke.’ Hoewel hij zelf liever ‘Herodes de Grote’  genoemd wil worden.

Het is de gewoonte om elke veertien jaar een volkstelling te houden. Deze registratie legt vast welke bezittingen elke familie heeft, zodat men belasting kan vragen van families met bezit, en men kan zien welke mannen voor de militaire dienst opgeroepen kunnen worden. Families moeten daarvoor terug naar hun geboorteplaats of de plaats van een erfelijk landbezit. Jozef behoort tot de David-familie en hij moet zich daarom met Maria laten inschrijven in de stad Betlehem in de streek Judea. Je begrijpt het al, hele families zijn onderweg en in Betlehem wemelt het van de vreemdelingen. De stad is vol, geen kamer meer te huur. Jozef en Maria zeulen van deur naar deur, maar vol=vol. Vermoeid van de reis begrijpt Maria dat ze een plaats moeten hebben om te rusten, want haar baby wil geboren worden. Zo nemen ze genoegen met een plek in een stal waar het tenminste warm is en droog en ze rustig kan bevallen van haar bijzondere kindje. ‘Os en ezel keken, ook een heel klein lam’.

Tegenwoordig  zou deze reis van Nazareth naar Betlehem niet eens meer mogelijk zijn. Israel bouwt aan het eind van de 20ste eeuw een muur van ongeveer 700 kilometer lang en tien meter hoog op de grens van Israel en Palestina. Zowel Betlehem als Jerusalem zijn vrijwel helemaal ommuurd. De muur gaat vaak dwars door dorpen. Kunstenaar Banksy laat het zien in een schilderij.

 

 

 

Plaats een reactie