Het is vrijdagmorgen, markt in Celano.
We rijden naar het kasteel en zien op een plein een marktje. Tijd voor een kopje cafe en een brioche, Frits vraagt met marmellata en ik met cioccolato.
Het marktje is de moeite niet waard.
We besluiten naar het kasteel de gaan. En daar op het grote plein is de grote markt. Op mijn lijstje staan broeken, een zonnebril en schoenen. Twee broeken voor 5 euro per stuk, een zonnebril voor 5 euro en een paar mooie sneakers, maar daar staat 60 euro op de doos. En terecht.


Terwijl we in Nederland niet meer weten hoe geld eruit ziet betalen we hier alles cash. Ik vraag of ik de schoenen met een kaart kan betalen. De verkoper knikt enthousiast en springt in zijn bestelauto. Hij haalt een grote doos tevoorschijn en in de door zit een kleinere doos en daarin zit een pinautomaat. Hij toetst het bedrag in en ik wapper, gelukt. Ik moet alleen nog mijn website invullen en dan is hij helemaal gelukkig en ik ook.
We gaan naar het kasteel het is er rustig en is alleen een groep schoolkinderen. Ook hier kan in de parkeerautomaat allee betaald worden. Je kunt rondom in het enorme kasteel langs de vier torens wandelen. Er zijn archeologische opgravingen en er is een museum.
Tegen pranzotijd gaan we naar het restaurant, La Locanda del Castello, dat vandaag wel open is. We genieten een heerlijke maaltijd.
Morgen, zaterdag is onze laatste dag in Celano en dan gaan we murales, muurschilderingen bekijken.
Mijn facebook bericht krijgt een interessante reactie van Ingrid Paardekooper. Zij is de schrijfster van het groene hart van Italie, Abruzzo.
Ze geeft ons de tip om de Fucinovlakte te bekijken. Die vlakte hebben we altijd wel zien liggen, een grote ronde vlakte met in rechte stroken en banen gesneden stukken land, alsof je een koek in repen hebt gesneden.

De Abruzzo bestaat uit de meest verscheidene interessante vormen van bergen en gebergten en daarin die ronde vlakte, we reden er altijd aan voorbij.
Nu lezen we in het boek van Ingrid, dat dit vroeger een meer is geweest, het Fucinomeer. Het meer stroomde regelmatig over en maakte het land ontzettend vruchtbaar, het zat vol vis. Twee keizers hebben geprobeerd het meer droog te leggen zodat op het vruchtbare land graan verbouwd kon worden. We weten dat de berggronden alleen geschikt zijn voor schapen. Claudius legde een afwateringssysteem aan door middel van een tunnel van 5,5 km maar dat was geen succes.
Hadrianus lukte het wel om een deel van het meer droog te leggen. Na de val van het Romeinse rijk raakte het onderhoud van het systeem in verval en liep het meer weer vol water.
Pas in de zestiger jaren van de negentiende eeuw gaf hertog Allessandro Torlonia aan een Zwitserse ingenieur de opdracht het meer droog te leggen. Het kostte vijfien jaar. De hertog schijnt verzucht te hebben; “Of Torlonia legt het meer droog of het meer legt Torlonia droog.”
Nu is het een zeer vruchtbaar gebied. De aardappels die er verbouwd worden zijn bekroond met het officiele predicaat: “Beschermde Geografische Aanduiding.”
Wij gaan vanuit Celano het meer in.
De vlakte is een belevenis, voor we erin rijden zien we een heel modern industriegebied aan de rand van het meer.
Mijn hart bloeit op als we de vlakte in rijden. Als kind opgegroeid in een Oost-Groninger boerendorp, voel ik mijn hart kloppen van blijde herkenning. We blijven meteen langs de kant van de weg foto’s maken. Wat een bedrijvigheid. Landbouwmachines in alle maten en groottes komen aan rijden. Het vroegere meer is zo ver het oog reikt verdeeld in lappen grond waarop we aardappels, bonen, doperwten, wortels, kervel, graan, verbouwd zien.
De kavels liggen strak gemeten in rechthoeken met paden ertussen om er te komen. Rijen huisjes voor de schaduw en het gereedschap en groepen bomen. Ik denk dat dat veel amandelbomen zijn die wij in het vroege voorjaar in rozen en witte bloei zien. Overal is een irrigatiesysteem aangelegd. Hier en daar staan groepen mensen op het land te werken, maar het meest zien we machines en tractoren heen en weer rijden.
Hier zien we geen gifmachines zoals in de druiven.
Op facebook schrijft Ingrid van de Kamp dat haar schoonmoeder aan de rand van de vlakte geboren is in Luco dei Masi, een jaar voor de grote aardbeving die duizenden doden telde (1915). Geen familieverhaal zonder aardbevingservaringen.
In Trasacco eten we heerlijke pizzabroodjes en drinken een glas wijn. Een unieke dag en ieder die in de buurt komt raad ik aan een dag door de Fucinovlakte te rijden.
We vertrekken van de kust richting west, richting Rome met als einddoel Celano.
De route gaat door de wijnvelden. De B&B in Tollo stond ook in de wijnvelden. Links en rechts van onze kamer stegen de wolken op van het vernevelde gif dat op de druiven gesproeid wordt.
Nu onderweg zien we steeds kleine trekkertjes staan met zo’n sproeikar erachter. We worden ons steeds meer bewust van deze handelingen en vragen ons af hoe actief er gezocht wordt naar alternatieven. Deze mensen ademen deze gifwolken elk voorjaar in. Onderzoek wijst uit dat Parkinson een van de ziektes is die door ons mensen handelen wordt veroorzaakt. De vorige maand hoorde ik bij Umberto Tan aan de gesprekstafel dat het de snelst groeiende hersenziekte van de wereld is.
We zitten ook middenin de boeren demonstraties en ik vraag me af of deze mensen er wel over nadenken dat meer produceren ook leidt tot gebruik van meer pesticiden. Niet alleen de lucht en de natuur, maar allereerst de boeren zelf worden de dupe .
Bij Pescara gaan we de snelweg op. We hebben deze route al vaak gereden en aan de vorm van de bergen waarlangs we rijden weten we waar we zijn.
In Celano zoeken we eerst onze overnachtingsplek voor de komende dagen. Dat is snel gevonden. De eigenares opent het hek voor ons en we kunnen de auto op het eigen terrein zetten. Er staat een parasol in de tuin met wat stoeltjes. Dat is heerlijk en lang niet overal het geval. Vaak vinden mensen het buiten te warm en dan zit je binnen.
We kijken vanuit de tuin naar het westen uit op de bergen. In de tuin worden we begroet door een hagedis, die lekker in het zonnetje zit.
Tegen enen gaan we richting het kasteel. In de tuin kijk je omhoog en zie je het kasteel boven je in de lucht. We weten welke richting we uitmoeten. Omhoog en naar rechts. Het wijst zich zonder Tom-Tom. We komen op een groot plein waar volgens ons een restaurant moet zijn. De borden wijzen richting kasteel, dan nemen we liever de auto en rijden naar een parkeerplaats bij het kasteel. We lopen richting restaurant, maar helaas gesloten, het is pranzotijd,.
Onderweg had ik een terras bij een pizzeria gezien waar mensen zaten, en ja daar is ook plaats voor ons. We bestellen een glas wijn en vragen iets te eten. Een glas wijn gaat hij ons halen, maar nee te eten is er niet . Het is woensdag en dan zijn alle restaurants dicht. Ja, de pizzeria ernaast heeft wel eten, dat zou voor ons kunnen halen, maar hij komt daar niet graag.
Tja dan willen wij hem ook niet in problemen brengen. We laten het erbij, maar bij het tweede glas wijn stapt hij naar de buren en komt met een grote schaal heerlijke pizzastukken terug. Voor je ‘Bella Figura’ moet je over je eigen schaduw heenstappen. We geven hem een extra fooi.
Voor we naar ons verblijf teruggaan rijden we even naar het Centro Commerciale le Ginestre. Daar koop ik altijd een voorraadje schriften met grote ruiten en een stapeltje met dubbele lijnen voor mijn kantoor. Een geurtje, wat fruit, water en tot ons genoegen wijn van Tollo.
We gaan terug, plannen maken voor morgen en ik zet nog even wat foto’s en informatie op Facebook.
Als we ’s avonds op onze kamer zijn worden we verwend met vuurwerk.

























